icons-scapino-ballet-dance-talk-reviewTussen alle choreografieën die ik zie voor Dance Talk, zit er soms eentje bij waar ik helemaal kapot van ben (op een positieve manier). Wolf, van huischoreograaf Itamar Serussi Sahar van Scapino Ballet Rotterdam, zorgde ervoor dat ik tijdens de Nederlandse Dansdagen juichend door de zaal wilde rennen en bezorgde me een heus ‘oogasme’, a.k.a. een oog-orgasme. Geen grap. Ik was hierdoor nogal nieuwsgierig, om het tam uit te drukken, of de andere twee stukken van het drieluik Icons, waar Wolf deel van uitmaakt, ook zo episch zijn. Ik ging erheen en zie hier mijn review…

Scapino & ik
Na jarenlang een redelijke obsessie met al het werk van Ed Wubbe (artistiek leider en choreograaf van Scapino Ballet Rotterdam) te hebben gehad, verloor ik het gezelschap de afgelopen jaren om onverklaarbare reden een beetje uit het oog. Zelfs hun immer prachtige campagnebeelden, waarvan dit nog altijd mijn favoriet is, wisten mij niet vaak meer naar hun voorstellingen te krijgen. Needless to say was ik er weer aan toe om flink ge-Scapino-t te worden. De voorstelling Icons met daarin werken van Ed Wubbe, huischoreografen Felix Landerer (ook een held) en Itamar Serussi Sahar (*start engelengezang*), toont drie verschillende visies op iconen. De titel van het drieluik is in ieder geval alles behalve cryptisch.

ICONS-Icon-Nico-foto-Nienke-Elenbaas-dance-talk-reviewICON/ NICO – Ed Wubbe
Voor deze remake van de voorstelling Nico (uit 1997) liet Wubbe zich opnieuw inspireren door zangeres Nico van The Velvet Underground, en de stormachtige (met drugs gevulde) periode waarin zij leefde en muziek maakte. Het stuk begint met een danser die ingepakt in aluminiumfolie het podium op komt lopen, met haar soepele en soms tuttig-ogende bewegingen ontdoet ze zich langzaam van haar zilveren verpakking. Steeds meer dansers verschijnen ten tonele, sommigen op hakken en met pruiken op in Wubbe’s zilverkleurige wereld. Korte stukjes van muziek, tekst en videomateriaal die we te zien krijgen ogen rauw, ongepolijst en al snel nogal onsamenhangend in combinatie met de dansbewegingen op het podium. De bewegingen zijn zowel soepel, vloeiend, maar tegelijkertijd grillig in korte solo’s en duetten. Tussen de stukken aluminiumfolie ontstaat er een sfeer van vergane glorie van een wereld die zonder twijfel die van Nico moet voorstellen. En waar het gebruik van allerhande verdovende middelen het leven er niet perse georganiseerder en samenhangender op maakt, is dit bij ICON/ NICO ook het geval. De grungy, soms avant-gardistische muziek prikkelt me niet en wisselt zich nogal cold turkey af, wat zeg ik, het lijkt alsof een camping DJ soms willekeurig op ‘stop’ en ‘play’ drukt. Dans en geluid vormen een nogal ongelukkig huwelijk waar ik met steeds meer ongemak naar kijk. De dansers, met name de mannen, doen erg hun best om voor meer overtuigingskracht en diepgang in dit werk te zorgen en soms lukt dat. De schoonheid van de bewegingen zit vooral in de interessante dynamische verschillen die ze tonen, het overduidelijke hoge dansniveau en de momenten waarop er synchroon bewogen wordt. In duetten en solo’s voelt het podium te leeg, de zeggingskracht te summier en zijn de scheuren in dit werk te zichtbaar. Alle dans lijkt verdeeld in losse stukjes, wordt soms ineens afgewisseld met sexy rondlopen en het publiek in kijken, waardoor ik de rode draad van het stuk uit het oog verlies. De dansers lijken zelf ook niet hun ziel en zaligheid in dit werk te stoppen, passie en dansplezier zie ik niet terug. Helaas kan zelfs een mooie solo van Koningin Scapino, Bonnie Doets, weinig verandering brengen in de vreemde chaos die ICON/ NICO heet.

ICONS-WOLF-foto-hans-gerritsen-dance-talk-reviewWolf – Itamar Serussi Sahar
Ik heb weinig stukken in mijn leven zó graag nog een keer willen zien als Wolf. Als de mannen in hun weinig aan de verbeelding overlatende-pakjes op het podium verschijnen vraag ik me af of het gepast is om al bij het begin van een stuk te gaan klappen. Uit angst om het theater uit gezet te worden in verband met positief Hooligan-gedrag hou ik me maar gedeisd. In opperste concentratie en stilte begint Mischa van Leeuwen (zeg maar Koning Scapino) te bewegen. Strak, snel, slow motion, grappig, de toon is gelijk gezet. Elke imposante spier in zijn lijf is zichtbaar en ik realiseer me dat de gemiddelde man in de zaal vast een mentale afspraak met zichzelf maakt om de komende 5 jaar niets anders te doen dan te sporten en te leven op zuurstof en water. Als de andere dansers ook in actie komen is voor mij het dansante hek weer compleet van de dam. Adrenaline giert door mijn lijf. De gestoorde, vrolijke techno muziek bouwt zich op terwijl heupen worden geschud, het licht steeds vaker wisselt en de mannen springen, draaien, hoekig dansen en bewegen met een geile arrogantie (sorry, dat is het woord) en overtuiging waarvan ik blij word dat ik goede deodorant heb opgedaan voor de voorstelling. De timing van de dansers en de overgangen zijn constant loeistrak, ook nu voelen de dansers elkaar goed aan en zetten met verve het abstracte, maar toch toegankelijke materiaal van Serussi Sahar neer. De humor en vaart in Wolf is verslavend, de beelden wisselen elkaar steeds sneller af, de sprongen worden hoger en de dansers nemen fysieke risico’s waar zelfs een kat van onder de indruk zou zijn. Wat ik hier ook zei, en wat me nu de tweede keer ook weer opvalt, is hoe mannelijk deze dansers zijn, juist omdat ze sensualiteit en af en toe vrouwelijke bewegingen niet uit de weg gaan. Ik ‘lees’ deze keer Serussi Sahar’s compositie keuzes nog beter, zijn gebruik van het podium is erg sterk, complex en eigenlijk verdienen (in mijn ogen) alle keuzes die hij heeft gemaakt bij dit stuk een gigantische high five. Dit is nog steeds precies waar ik van hou, want het dansmateriaal, het decor, de toffe muziek, de humor, de keuze voor de dansers: alles klopt. Geniaal. Punt. Mag ik nu klappen?

ICONS- 15-minutes-or-less-foto-Nienke-Elenbaas-dance-talk-review15 minutes or less – Felix Landerer
Het volledige gezelschap komt in een kluit het podium op. De sfeer is kil, duister en direct ontzettend spannend. In slow motion beweegt de groep als een kolkende massa van liggend, staand, naar lopend waarin Bonnie Doets het (eerste) middelpunt is, als de Queen Bee van deze in het rood geklede bijenkorf van dansers. Korte handgebaren met een onbekende symboliek worden door de groep herhaald als een toekomstige taal waar wij kijkers nog niets van weten. Terwijl een duistere (en erg toffe) beat mijn oren vult ben ik gefascineerd door deze bijna buitenaardse groep, waar dansers omstebeurt gelift worden, er ogenschijnlijk moeiteloos bewogen wordt vanuit een onzichtbaar kloppend hart, met veel fysiek contact en een duidelijke structuur. Het contact met het publiek is meedogenloos, de dansers lijken recht in mijn ziel te kijken. Zelfs in de massa valt elk gezicht op en zijn de dansers gelijkwaardig en overtuigend. Vanuit de symbolen en de groepsdynamiek ontstaan er steeds meer solo’s; individuen die de aandacht krijgen en de vloeiende, vertraagde bewegingen maken plaats voor vaart, scherpe lijnen en attack. Waar het stuk redelijk klein begint, neemt het later steeds heftigere en meer theatrale vormen aan zonder vaag te worden. Elke detail blijft zichtbaar. Chaos ontstaat in de groep, waar de donkere muziek ruist en echo’s vormt die bijdragen aan de ontwikkelende waanzin bij de dansers. Ze breken steeds meer los waaruit solo’s, duetten en korte groepsstukken ontstaan waar niet alleen de mannen, maar ein-de-lijk ook de vrouwen écht tot hun recht komen. De beslissingen en overgangen van Landerer zijn vele malen subtieler dan van Serussi Sahar, maar hierdoor ontstaat juist een poëtische kracht en spanningsopbouw die ik niet had verwacht. Ademloos kijk ik toe hoe de dansers het indrukwekkende stuk naar een rauwe, schokkerig bewegende climax brengen (zonder seksueel bedoeld te zijn). Wat overblijft is een kwetsbaar en prachtig beeld, de groep heeft zichzelf figuurlijk, en een van de dansers (smaakvol) letterlijk, blootgegeven. Met 15 minutes of less heeft het gezelschap een sterke afsluiting aan het drieluik gegeven en respect afgedwongen bij een ieder in de zaal. Ik klap zo hard tot mijn handen zo rood zijn als hun kostuums. Terecht. Wauw.

Conclusie
+ Wolf en 15 minutes or less zijn beiden waanzinnig goed
+ De dansers, vooral de mannen, zijn waanzinnig sterk in dit drieluik
+ De huischoreografen Serussi Sahar en Landerer geven een vernieuwende (frisse) insteek bij het gezelschap
+ De voorstelling is toegankelijk voor zowel danskenners als leken

- ICON/ NICO doet afbreuk aan de gehele voorstelling en past qua sfeer en stijl niet bij de andere werken

Ondanks het feit dat ik zo hysterisch was (en ben) over Wolf, blijkt Icons niet geheel een schot in de dansante roos. De beslissing om een remake als ICON/ NICO in dit drieluik te plaatsen begrijp ik jammer genoeg niet en zorgt ervoor dat ik niet één grote lofzang over Scapino Ballet Rotterdam de wereld in kan slingeren. Wolf en 15 minutes or less zijn echter zó goed, dat ik het alsnog aanraad om deze gehele voorstelling te gaan bezoeken, wat je danskennis ook is. Juist door de diversiteit in de stukken, de aanwezigheid van humor zonder dat het ten koste gaat van de kunstzinnigheid en het hoge dansniveau, zal iedereen kunnen genieten van Icons. Met dit drieluik heeft Scapino Ballet in mijn ogen een vernieuwende toon gezet in ons enigszins ingedutte dansland. Ik heb Icons voor mezelf omgedoopt als het begin van mijn eigen ‘Scapinossaince’, een herontdekking van het gezelschap en het begin van (hopelijk) vele ontmoetingen met hen in het theater en erbuiten. Waar zij zijn, daar ben ik vanaf nu ook.

Icons is nog tot eind december te zien in verschillende theaters in Nederland. Voor meer informatie, zie hier de speellijst.

Heb jij Icons gezien? Zo ja wat vond je ervan? 

Op de hoogte blijven van alles rondom mij en  Dance Talk? Hier kun je me vinden:
X Twitter: @Dancetalk_Blog
X Facebook: Dancetalk
X Instagram: Dancetalk_nl

 

 

facebooktwittergoogle_pluspinterest

Laat een reactie achter