B-Slr5FIIAA3VLHHet nieuws van afgelopen week dat de dansvoorstelling Q61 Cemetery van choreografe Ann van den Broek op laste van de politie werd geannuleerd, sloeg in als een bom. In de (sociale) media laaide er al voor de premièreavond op de Algemene Begraafplaats in Alkmaar een (pittige) discussie op, wat uiteindelijk leidde tot een rechtszaak en doodsbedreigingen. Geen woorden voor. Oke, who am I kidding, ik heb er juist vet veel woorden voor. Na het urenlang lezen van reacties van voor- en tegenstanders, moest ik mijn mening met je delen. Lees hier waarom ik denk dat deze dansvoorstelling voor zowel nabestaanden als de overledenen een geschenk uit de hemel zou zijn geweest. 

Q61 Cemetery
Choreografe Ann van den Broek is al vele jaren een grote naam in de danswereld en staat bekend om haar persoonlijke, originele en confronterende dansvoorstellingen. Na het overlijden van haar broer in 2011 zette ze haar ervaringen en emoties om in de voorstelling Q61 Cemetery die al in Antwerpen op meerdere begraafplaatsen (succesvol) gedanst werd. Een omschrijving van de choreografie:

‘In Q61 Cemetery schetst Van den Broek een schemerzone, een gebied tussen hemel en aarde. Met de begraafplaats als toneel leidt Q61 Cemetery langzaam tot een lange zachte schreeuw in een oneindig desolate, maar hoopvolle voorstelling. De vijf, in het wit geklede dansers bevinden zich in Q61 Cemetery ieder op een plek op de begraafplaats. Ondergedompeld in hun eigen aureool van emoties zoals pijn, agressie, angst, verlangen en liefde gaan zij een zinloze strijd aan, maar breken taboes rond verdriet open zodat er tegelijkertijd relativering kan ontstaan en de schoonheid van acceptatie, zelfs berusting. Het publiek, verdeeld over twee of drie groepen, loopt een parcours langs de verschillende persoonlijke verhalen van de individuele dansers afgewisseld met groepsstukken. Uiteindelijk verdwijnt het publiek en blijven de dansers achter.’

Waar het mis ging
Een nabestaande spande een kort geding aan omdat volgens hem een begraafplaats een plek voor rust, bezinning en rouw hoort te zijn waar dans geen plek moet krijgen. Hij weigerde in gesprek te gaan met de organisatie en zocht actief de media op waardoor er spookverhalen ontstonden over dansen op de graven en meer onjuistheden. Hij verloor het korte geding uiteindelijk, Q61 mocht doorgaan van de rechter. Jammer genoeg leek dit de druppel te zijn voor vele tegenstanders en gingen enkelen zelfs over tot (verbale) dreigementen en het gebruik van geweld. Er werden mensen gearresteerd, dansers waren overstuur. De politie en gemeente konden de veiligheid van Van den Broek en haar team niet garanderen en dus moesten ze de geplande shows annuleren. Ongekend.

dance-talk-ann-van-den-broek-q61

Dans & protest
Nu vraag je je misschien af waarom ik hier zo’n ‘ding’ van maak en in eerste instantie kon het zelf ook niet verklaren. Toch heb ik die nacht uren wakker gelegen, malend over alle Twitter en Facebookberichten van tegenstanders, die veelal woedend, eenzijdig en soms totaal ongeïnformeerd waren. Mensen die in sommige gevallen niet eens iets wisten van de voorstelling en toch gingen rellen. Sneu. Hoe kon het zó uit de hand lopen? Ik sprak een van de dansers, Davide, en hij vertelde me wat een vreselijke ervaring dit was geworden voor iedereen. Het maakte me verdrietig en vooral boos, wat totaal niet bij mij past als persoon. Waarom zou je in godsnaam protesteren tegen dans?
Vroeger (a.k.a. vroegâh) gebeurde het veel vaker dat dans als provocerend en ongepast werd gezien, zoals toen het beroemde stuk De Lentewijzing in première ging. Er werd daarin één seksuele suggestie gedaan, de dans en muziek was anders dan het traditionele klassieke ballet en als gevolg daarvan werd het halve theater afgebroken door het publiek. Het zit dus wel in de aard van de mens om krampachtig vast te willen houden aan een bepaald gebruik of traditie, verandering is bedreigend, ook in de kunstwereld. Tegenwoordig komen protesten echter nauwelijks meer voor bij dans en bijna alles wordt geaccepteerd. Er zijn zelfs dansvoorstellingen waarbij er op het podium in kartonnen dozen iets met stoelgang wordt gedaan, oftewel live bruine teckels worden uitgelaten en zelfs daar is publiek die applaus geeft. Geen grap. Je zou denken dat we dus open-minded zijn. Maar, dansen op begraafplaatsen gaat dus voor sommigen nog te ver. Ik vind het werkelijk een gemiste kans, en dan laat ik de mensen die anderen bedreigen met de dood, omdat de dansvoorstelling respectloos naar de doden zou zijn (= scheef), even buiten kijf. Natuurlijk snap ik ook dat de komst van dans naar een plek waar dit (in Nederland) nooit gebeurt, weerstand en vragen oproept. ‘Wie zijn die mensen dan, zullen ze schade aanrichten, gaan ze staan te springen op de graven?’, en ga zo maar 10 jaar door. Het onbekende is altijd eng, we willen de mensen van wie we houden altijd beschermen.  En ik denk dat je als maker van een dergelijk stuk ook absoluut niet hoeft te verwachten dat iedereen enthousiast wordt van je komst. Maar dit gaat verder dan Ann van den Broek.

q61_cemetery_12_ann_van_den_broek_wardward_fotografe_sanne_peper

Reputaties en oerkrachten
Ik denk dat dit in eerste instantie gaat over het (verkeerde) beeld dat mensen hebben van dans. Dans wordt geassocieerd met de expressie van blijdschap, dansfeesten (als in hardcore/ gabbers) of als elitaire, ontoegankelijke kunst. Vooral dat laatste, is een misvatting waar sinds de komst van So You Think You Can Dance en dergelijke commerciële tv-programma’s wel verandering in gekomen is, maar die nog steeds grotendeels heerst. Deze reputatie schrikt af, is eenzijdig en wekt bij mensen onbegrip op terwijl het dus ongefundeerd is. Het is iets waar de danswereld (vooral in westerse landen) al sinds het begin der tijden mee worstelt en hard aan werkt om verandering in aan te brengen. Dans is voor iedereen, ja hoe corny wil je het hebben. Maar ik ga nog even door. Dans is dé manier om met elkaar te communiceren. In mijn ogen kan dans mensen op een manier raken die veel verder en dieper gaat dan welke andere kunstvorm dan ook, het kan een unieke oerkracht losmaken bij ons; om een lichaam van een ander te zien bewegen, zich te zien uiten, zonder woorden, zonder franjes, waarmee we onze gevoelens kunnen uitdrukken, gevoelens kunnen aanwakkeren en deze ook een plek kunnen geven. Om te dansen is een van de meest basale behoeften van de mens, en nee dat gebeurt niet op beukende muziek, of altijd in een tutu of op spitzen. Dans is zo veel meer dan dat. Het is onze universele taal, waar woorden stoppen gaat dans door. Dat is precies wat Ann van den Broek had kunnen laten zien, wat haar dans bij mensen had kunnen losmaken. Ontzettend waardevol en belangrijk. Het is niet voor niets dat in vele andere werelddelen juist wordt gedanst bij het overlijden van een dierbare, omdat het lichaam kan vertellen wat de mond niet (meer) kan. Iets wat ons met elkaar verbindt. Waarom zou je dat jezelf ontzeggen?

Onzichtbaar
Er is een taboe op verdriet, angst en de dood in Nederland. Negatieve emoties en dieptepunten in het leven mogen niet zichtbaar zijn voor anderen. In het openbaar huilen? Iedereen zal naar je kijken. En vooral bij het verlies van een dierbare is het in onze cultuur ‘not done’ dat breed uit te hangen, ondanks dat iedereen hiermee te maken krijgt. We vieren het leven, maar verzwijgen verdriet. We plaatsen blije foto’s van onszelf op Facebook, maar bezoeken nauwelijks begraafplaatsen, bejaardentehuizen, (psychisch) zieke mensen. Hoe hypocriet eigenlijk. Zouden we er niet gelukkigere mensen op worden als we zouden leren om alle aspecten van het leven met elkaar te delen, alle emoties te accepteren, ze te vieren en vooral zichtbaar te maken? Onszelf meer kwetsbaar op te stellen, open te stellen voor anderen, warmer te zijn naar elkaar toe? Ik weet het wel zeker. Dat hele ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, is een strak korset die ons allen in de weg zit. Mensen die iemand hebben verloren wensen we vaak ‘sterkte’ toe. Hierin zit eigenlijk al een stukje van de Nederlandse stijfheid rond de dood verborgen. Als in: ik wens je toe dat je jezelf er doorheen beukt. Dat je krachtig bent. Dat je je schouders eronder zet, neus in de wind gooit en weer doorgaat met je leven. Kop op wanneer het kan en tot die tijd, ja eh, sterkte. Waarom wensen we elkaar geen zachtheid toe, ruimte, vrijheid in het tonen van hun gevoelens en het verwerken hiervan? Dan is het ineens ieder voor zich. We vragen elkaar constant, “alles goed? Ja hoor, met jou?” en daar blijft het bij. Oh wee als je dan vertelt hoe het écht met je gaat. Ik begrijp het niet. Hoe eenzaam ben je eigenlijk als je leed altijd maar in stilte moet verwerken. Als de monden open vliegen bij vrolijke momenten in het leven, maar de hoofden gebogen moeten zijn en de lippen op elkaar blijven bij tegenslagen.

DSC02483Zonnen naast een graf
Deze mentaliteit is ook terug te vinden in de manier waarop we omgaan met begraafplaatsen, waar deze gevestigd zijn (vaak ver van woonwijken) en hoe we ons daar gedragen. De dood moet serieus, zwaarmoedig en stil benaderd worden, mag nimmer luchtig of ‘gewoon’ zijn en staat duidelijk los van ons dagelijkse bestaan. Het kan ook anders. Toen ik enige tijd geleden in Kopenhagen was, trof ik midden in de stad een begraafplaats aan. Bijzonder, toegankelijk voor iedereen. Er liepen gezinnen, lagen mensen in het gras te zonnen (zie foto), er werd gepraat en gegeten. Het was fantastisch. Het straalde leven uit, hoe cru dat ook klinkt. Op geen enkele manier werd er respectloos omgegaan met de omgeving en de sfeer van ontspanning en acceptatie raakte me. Het feit dat de Kopenhagezen niet ongemakkelijk worden bij de confrontatie met de eigen sterfelijkheid, was een openbaring en een attitude waar we hier in Nederland absoluut een voorbeeld aan kunnen nemen. Wat Ann van den Broek ons dus wilde laten zien. Het zou denk ik voor eenieder van ons een aanwinst zijn als we onbevreesd met het aanbeeld van de dood en verlies om zouden kunnen gaan, want hoeveel mensen stellen een bezoek aan het graf van een overleden familielid uit omdat ze zich er ongemakkelijk bij voelen of lopen met lood in de schoenen het terrein op? Zouden wij zelf ook niet willen als we overleden zijn dat onze nabestaanden ons zonder zwaarmoedigheid bezoeken? Gewoon zoals ze zijn? Die middag in Kopenhagen heb ik veel gedacht aan mijn overleden opa en hoe fijn hij het zou vinden als ik dichtbij zijn graf zou gaan liggen in de zon, nadenkend over hem, pratend tegen hem of tegen mijn meegebrachte vrienden, genietend van het leven, maar vooral op mijn gemak bij zijn graf. Misschien wel verdrietig, want dat hoort bij verlies, maar wel zoals ik ben. Laat staan als ik zou durven dansen bij zijn graf. Ik denk dat hij niet trotser op me zou kunnen zijn, vanaf zijn wolk of waar hij nu ook is.

Ik vind het tragisch dat dit alles zo is gelopen, ondanks het feit dat ik de tegenstand tot op een bepaalde hoogte begrijp. Ik denk echter dat het anders had gekund en vooral anders had gemoeten. De dood hoort bij ons leven en het mens-zijn, net zoals begraafplaatsen, danskunst en het uiten van emoties. Van den Broek had dit op een respectvolle manier in beeld willen brengen, wat van grote waarde had kunnen zijn voor iedereen die ooit iemand verloren heeft. Ik wens ons in deze, soms stijve cultuur toe dat we zachter en meer open worden naar onszelf en anderen toe, de schoonheid van verdriet, pijn, en angst net zozeer accepteren en vieren als blijdschap en geluk, en zo leren omarmen wie we zijn. Van begin tot einde.

Liefs, Lisa

Op de hoogte blijven van alles rondom mij en Dance Talk? Hier kun je me vinden:

X Twitter: @Dancetalk_Blog
X Facebook: Dancetalk
X Instagram: Dancetalk_nl

 

facebooktwittergoogle_pluspinterest

Laat een reactie achter