henry-scapino-ballet-dance-talkVorig jaar maakte ik tijdens de Dansdagen kennis met het wonderbaarlijke heerschap dat Itamar Serussi Sahar heet. Deze choreograaf van Scapino Ballet Rotterdam wist toen gelijk mijn hartje te veroveren met zijn originele, extreme en baanbrekende bewegingstaal. Uiteraard was ik dan ook redelijk van het dansante padje toen ik een uitnodiging kreeg voor de première van zijn eerste avondvullende voorstelling bij het gezelschap. Ik kwam, zag en schreef mijn review van Henry. Lees die hier… 

Het knallende geluid van een zweepslag geeft een optater aan mijn trommelvliezen, ik kijk hyperalert naar het halfdonkere podium waar danser Jean Gabriel Maury in een weinig verhullende slip als een hedendaagse Adonis de zaal in staart. Achter hem liggen de andere dansers in kunstige hoopjes roerloos op de grond. Halfnaakt. Een techno-beat wordt ingezet. Henry is begonnen.

Henry-dance-talk-Scapino-ballet-Foto-Nienke-ElenbaasVanuit een vlijmscherpe solo van Jean Gabriel, waar Serussi’s hoekige en wispelturige bewegingstaal van zijn lijf af spat, komt de meute tot leven. Dansers voegen zich langzaam bij hem, kijken wezenloos toe of trekken een eigen dansant plan, waarbij het meer lijkt alsof ze een nieuwe vorm van fysieke communicatie gebruiken, dan dat ze dansen in de traditionele zin van het woord. Een hypnotiserend tafereel ontvouwt zich zo, met de Scapino’s als hedendaagse Griekse goden dansend op de berg Olympus Henry, in een spel met banen van licht en schaduw. De symboliek en details in hun bewegingen zijn direct goed leesbaar en soms ronduit bruut. Bruut als in; godsamme, hoe is dat fysiek mogelijk? Alsof mijn ogen droge sponzen zijn neem ik gretig de vele geflexte handen en voeten, grove sprongen die overgaan in kleine pliés, sporadisch twerkende billen en grote verplaatsingen door de ruimte in me op. In ogenschijnlijk spontane duetten, solo’s en groepsstukken die volgen wordt het gas met precisie ingetrapt in samenwerking met dreunende geluidseffecten, en zo eist het gezelschap als een stormachtige zee vol kleine slipjes alle aandacht en respect op. De structuur lijkt willekeurig maar is alles behalve dat; als kijker voel je de afwegingen die zijn gemaakt om je constant in je gezicht te slaan met futuristische dans op elke vierkante centimeter van het podium. Zo zie je aan de ene kant bijvoorbeeld een trippelende danser voorbij komen, ingehaald door iemand die bezeten langs rent, terwijl er op andere plekken dansers alleen maar staan te kijken naar elkaar of het publiek, voor pampus op de grond liggen of meegaan in strakke groepsstukken waarbij vooral vele diagonale lijnen opgezocht worden. Wanneer de Scapino’s stilstaan en staren, wat vaak gebeurt, ogen ze tegendraads en walgelijk bad ass. Als een soort N.W.A. van de moderne dans. Ik wil juichen.
dance-talk-henry-scapino-ballet-fotografie-joris-jan-bosSerussi’s kenmerkende structuur, laat ik die voor het gemak de naam ‘totaal-dans’ geven, is voor mij als wat een drie gangen-menu is voor iemand die uitgehongerd is. Het is alles wat ik wil. Toch kan ik me voorstellen dat gedurende Henry de minder ervaren of minder open-minded kijker overrompeld kan raken door de vele prikkels en daardoor samenhang mist. Het is het grootste risico van zijn choreografische werkwijze bij een avondvullende voorstelling. Dat voel ik ook. Serussi houdt voor mij wel de adrenaline-stoot gaande in standje ‘achterna gezeten worden door een groep zombies’ en laat me regelmatig verlangen naar het hebben van 26 ogen, maar daar moet je dus wel voor open staan. Een duidelijk middenstuk, wat ik tijdens de Nederlandse Dansdagen al gezien had, blijkt het tegengif te zijn voor de eventueel verloren mensen in de zaal. Daar is balans, zowel in muziek als in beelden. Een aantal sterke solo’s en duetten vinden plaats in het schemerdonker terwijl kleurlampen een fleurig, maar ergens ook melodramatisch effect geven aan de rest van de gang. Het is op deze momenten van stilte, dat de kracht van het gezelschap op poëtische wijze duidelijk wordt: de dansers. Deze groep mensen heeft zo’n sterke connectie met elkaar en alleen hierdoor transformeren de kunstige beslissingen van Serussi niet in een vage pap van rondvliegende ledematen. Want ik kan me voorstellen dat gezelschappen waarbij er meer een ‘ieder voor zich’-cultuur heerst, totaal falen met dit materiaal. In dit werk moet deze connectie er wel zijn, aangezien er geen telling te ontdekken is en er nauwelijks cues in de grungy geluidseffecten/ techno-beats te vinden zijn. Ze moeten elkaar dus constant in de gaten houden om te weten wat er komen gaat en er zijn meerdere momenten tijdens Henry waar het zweet me uitbreekt door deze kennis. Hoera voor het aanbrengen van een flinke dosis deodorant voor de voorstelling, iets wat ik geleerd heb van het afgelopen dansseizoen.
Henry-dance-talk-Scapino-ballet-Foto-Nienke-Elenbaas2Na de rust gevonden te hebben in het middendeel wordt de versnellingspook uiteindelijk weer vol in ‘rave-feest’-modus gezet en voelt de naderende climax helder. Het vele staan en kijken maakt nog één keer plaats voor het virtuoze materiaal en complexe overgangen, waarbij ik vooral de samenkomst van de mannen die ook Wolf dansten, intern celebreer. Ook deze keer zijn de heren schaars/ vrouwelijk gekleed en wil ik giechelen als een klein meisje doordat het juist ontzettend macho oogt. Vooral Nikita Koroktov doet me denken aan een lid van een pikant Oost-Europees turn-team, maar dan wel omringd door walmen testosteron. Verwarrend en aangenaam tegelijk. Het stuk vindt in een laatste serie van sfeervolle scènes zijn einde en zo barst de zaal los in een oorverdovend applaus, waarbij de maestro later ook enigszins beduusd het podium op komt. Ik klap zo hard als ik kan uit blijdschap, maar ergens voel ik me ook treurig. Serussi heeft met zijn bewegingstaal een oerverlangen in mij aangesproken; het verlangen om zelf meer te dansen en dan in het bijzonder dit soort dans. Het is gewoon helemaal Lisa. Tijd om iets te doen met deze gevoelens (maar uiteraard niet op dat moment in de Rotterdamse Schouwburg).

Tot slot
In vergelijking met de vorige stukken van Serussi voor Scapino Ballet, is de toon koeler, zijn de scènes meer stilistisch en het dansmateriaal minder lollig of gestoord. Op dat laatste had ik stiekem wel gerekend, want hoe wilder hoe beter in mijn ogen. Daarvoor in de plaats heeft hij echter veel meer nuances en lagen aangebracht in de aanwezige elementen en toont hij zichzelf als moderne filosoof vol zeggingskracht en vaart. Het absurdistische heeft plaatsgemaakt voor het symbolische en deze dansers hebben het extreme materiaal totaal (en brutaal) eigen gemaakt. Van de scherpe overgangen in de bewegingen, tot het kille decor en de sferische muziekkeuze; dit is een bombastisch maar secuur statement, geen roekeloze uitspatting. De wilde genie die Serussi is blijft wel op smakelijke wijze zichtbaar in dit nieuwe werk, maar als maker heeft hij een groeispurt doorgemaakt waardoor Henry voelt als een hedendaags expositie van moderne danskunst van een bovenste, geheel nieuwe plank. Henry zal voor de conservatieve danskijker misschien aanvoelen als totale waanzin, maar is voor mij een poëtisch orgasme: een verslavende, spannende opening van het nieuwe dansseizoen waarbij de Scapino dansers zich wederom bewijzen als de ‘Cool Kids van de Dansblock’. En dat verdient een keihard applaus. Met wiegende heupjes. Op beukende techno-beats. In een klein glimmend broekje.

4 Stars (4 / 5)

Ik hoop dat je genoten hebt van mijn recensie. Heb jij Henry gezien, of zou je dat willen? Laat het me weten in de comments hieronder, of op de Dance Talk Facebook pagina. De voorstelling is tot 19 december te zien. Check hier de speellijst.

Op de hoogte blijven van alles rondom Dance Talk? Hier kun je me vinden:

X Twitter: @Dancetalk_Blog
X Facebook: Dancetalk
X Instagram: Dancetalk_nl

 

facebooktwittergoogle_pluspinterest

Laat een reactie achter